de tranche

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  ['trɑ̃ʃ(ə)]
Verbuigingen:  tranche|s (meerv.)

1) deel van een totale geldsom financieel
Voorbeeld:  `de jaarlijkse subsidie in drie tranches ontvangen`

2) elk van de porties die door het trancheren gevormd worden culinair
Voorbeeld:  `ossenhaas in vier tranches snijden`

3) trekking van loten in een reeks loterijtrekkingen
Voorbeeld:  `een tranche van de biljettenloterij van de Nationale Loterij`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
moot plak

7 definities op Encyclo
  1. Gedeelte van een lening.
  2. Gedeelte van een lening.
  3. Fr: tranche [economie] een deel van een in (meestal gelijke) delen verdeelde hoofdsom, bv. een ~ van een lening die terugbetaald moet worden, een ~ van…
  4. Gedeelte van een aandelen aan- of verkoop.
  5. Schijf,snede, plak, moot van: vis, vlees, ham, brood. Trancheren, in schijven snijden. Ook het verdelen, voorsnijden (découper) van grote vis, groot vlees, gevogelte, wi...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met tranche:
trancheertrancheerdetrancheerdentrancheerttrancheervorktrancheervorkentrancheren

Herkomst volgens etymologiebank.nl
tranche (deel)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 83% van de Nederlanders en 78% van de Vlamingen het woord `tranche`.