1) In toom houden 2) Het bit aanleggen 3) Breidelen 4) Bedwingen 5) Optuigen 6) Manoeuvreren 7) De teugels aandoen 8) Besturen 9) Teugels aandoen 10) Beteugelen 11) Bit aanleggen
beteugelen
beteugelen (toon de herkomst via de etymologiebank)
beteugelen Jaar van herkomst: 1350 (MNW )
de (wit)viszegen ophalen. Ook optomen , trekken en sleuren genoemd. Overige termen inzake het vistuig ]. Genoemd in: Dr. Th. H. van Doorn, Terminologie van Riviervissers in Nederland.