tacticus

zelfst.naamw.
Uitspraak:  ['tɑktikʏs]
Afbreekpatroon:  tac·ti·cus
Verbuigingen:  tactici (meerv.)

tacti|ca

zelfst.naamw.
Uitspraak:  ['tɑkti|ka]
Afbreekpatroon:  tac·ti·cus

iemand die voorzichtig met andere mensen omgaat, zonder ze te kwetsen


5 definities op Encyclo
  • Let op: Spelling van 1858 een krijgs- of wapenkundige. Tactiek, de krijgskunde, legerstrijdkunst; de leer van de bewegingen enz. eens legers. Tactisch, wat tot de krijgsdienst behoort
  • 1) Strateeg 2) Man van overleg 3) Krijgskundige
  • Bemanningslid van een zeilwedstrijdjacht, die zoveel mogelijk informatie aan de roerganger geeft en inschat op welke manier de meeste winst te behalen valt. Ook houdt hij rekening met de informatie van de andere bemanningsleden, die via de vallenman tot hem komt. Zie ook Voordekker, Mastman, Genuatrimmers en ...
  • die de tactiek weet toe te passen Jaar van herkomst: 1872 (GVD )
  • iemand met veel militair inzicht en bedrevenheid in de offensieve en defensieve bewegingen van legers en legereenheden, hun opstelling en groepering voor veldslagen en het benutten van omstandigheden tot militair voordeel; specialist in de tactische krijgskunde; deskundige in militaire tactiek iemand die met ...
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
tacticus (die de tactiek weet toe te passen)

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is het meervoud van tacticus?
Het meervoud van tacticus is 'tactici'. Eén tacticus, twee tactici.
Wat betekent tacti|ca?
'iemand die voorzichtig met andere mensen omgaat, zonder ze te kwetsen'
Hoe spel je tacti|ca?
tacti|ca spel je T A C T I Hoofdletter-| C A

Op andere websites
Zoek tacticus in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek tacticus op Google
Zoek tacticus op Woordenlijst.org
Zoek tacticus in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek tacticus op Wikipedia