tacticus

zelfst.naamw.
Uitspraak:  ['tɑktikʏs]
Verbuigingen:  tacti|ci (meerv.)

tacti|ca

zelfst.naamw.
Uitspraak:  ['tɑkti|ka]

iemand die voorzichtig met andere mensen omgaat, zonder ze te kwetsen

© Kernerman Dictionaries.

6 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling van 1858 een krijgs- of wapenkundige. Tactiek, de krijgskunde, legerstrijdkunst; de leer van de bewegingen enz. eens legers. Tactisch, wat tot de krijgsd...
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (...ci), krijgskundige. *...TIEK, v. [geen meervoud] krijgskunde, kunst van oorlogvoeren; [figuurlijk] middelen die gebezigd worden...
  3. Bemanningslid van een zeilwedstrijdjacht, die zoveel mogelijk informatie aan de roerganger geeft en inschat op welke manier de meeste winst te behalen valt. Ook houdt hij...
  4. iemand met veel inzicht en bedrevenheid in de tactische krijgskunde; specialist in militaire tactiek
  5. 1) Krijgskundige 2) Man van overleg 3) Strateeg
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
tacticus (die de tactiek weet toe te passen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 93% van de Nederlanders en 91% van de Vlamingen het woord `tacticus`.