stuiteren

werkw.
Uitspraak:  ['stœytərə(n)]
Vervoegingen:  stuiterde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gestuiterd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

herhaaldelijk op en neer of heen en weer (laten) stuiten
Voorbeelden:  `Bij het centrifugeren staat de wasmachine te stuiteren`,
`een bal stuiteren`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
stuiten

Intensiveringen
Hoe kun je met stuiteren een ander begrip versterken?
stuitergek;

2 definities op Encyclo
  1. 1) Basketbalterm 2) Bikkelen 3) Dribbelen 4) Knikkeren 5) Stuiten 6) Term uit de basketbalsport 7) Terugspringen
  2. knikkeren Jaar van herkomst: 1706 (WNT stuiter )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
stuiteren (knikkeren)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `stuiteren`.