de stuit

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [stœyt]
Verbuigingen:  stuit|en (meerv.)

onderste stuk van je ruggengraat

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
kruis anatomie staartstuk

Spreekwoorden en zegswijzen
• tegen de borst stuiten (=ergens zwaar moeite mee hebben / met tegenzin ondervinden)
Naar de spreekwoorden

8 definities op Encyclo
  1. • [anatomie] onderste gedeelte van de rug ter hoogte van het stuitbeen.
  2. Stuit is verschijnsel dat de heipaal op de juiste diepte staat en tevens de vereiste paalpuntweerstand heeft. We spreken in dit geval van een `op stuit geheide paal`, in ...
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. [geen meervoud] het stuiten, stuiting. ~, v. (-en), of ~BEEN, o. (-deren), [in de ontleedkunde] ) onderste deel van den ruggegraat. ...
  4. Uit `De lagere vaktalen: Taal der smeden en koperslagers ` 1914 zie houvast.
  5. Uit `De lagere vaktalen: Taal der bouwbedrijven` 1914 palen tot op den stuit inheien: tot zij niet verder kunnen.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met stuit:
stuit afstuitbeenstuitbenenstuitenstuiten opstuitendstuiterstuiterdestuiterdenstuiterenstuitertstuitjestuitliggingstuittestuitten

Deze woorden eindigen op stuit:
afgestuitgestuitweeromstuit

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. stuit (achterste)
  2. stuit (het stuiten, stoot, poosje)
  3. stuit (homp brood)
  4. stuit (hoop hooi of mest)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 96% van de Vlamingen het woord `stuit`.