stroelen

werkw.
Afbreekpatroon:  'stroe - len
Vervoegingen:  stroelde (verl.tijd )
Vervoegingen:  heeft gestroeld (volt.deelw.)

1) zachtjes stromen;
ruisend kabbelen;
murmelend vloeien
water
Voorbeeld:  `Het kronkelige beekje stroelt door de lieflijke omgeving.`
Synoniemen:  struilen, streulen (West-Vlaams)

2) wateren
Voorbeeld:  `even stroelen bij het tankstation na een lange autorit`
Synoniem:  zeiken; plassen


1 definitie op Encyclo
  • 1) Murmelen
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
stroelen (ruisend stromen)

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van stroelen?
De verleden tijd van stroelen is 'stroelde'. Het voltooid deelwoord is 'heeft gestroeld'.
Wat betekent stroelen?
'zachtjes stromen;
ruisend kabbelen;
murmelend vloeien' en 'wateren'
Hoe spel je stroelen?
stroelen spel je S T R O E L E N

Op andere websites
Zoek stroelen in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek stroelen op Google
Zoek stroelen op Woordenlijst.org
Zoek stroelen in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek stroelen op Wikipedia