de omnivoor

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ɔmni'vor]
Verbuigingen:  omni|voren (meerv.)

dier dat zowel plantaardig als dierlijk voedsel eet
Voorbeeld:  `De mens is van nature een typische omnivoor.`
Synoniem:  alleseter

© Kernerman Dictionaries.

15 definities op Encyclo
  1. alleseter Jaar van herkomst: 1865 (KVW )
  2. Allesetend. Dier dat zowel plantaardig als dierlijke voedsel eet. Ook de mens is een omnivoor.
  3. Zich zonder onderscheid voedend met plantaardig en dierlijk voedsel; onderscheiden van `carnivoor` en `herbivoor`.
  4. 1. Zowel plantaardig als dierlijk voedsel etend 2. Een dier dat zowel plantaardig als dierlijk voedsel eet.
  5. alleseter
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
omnivoor (alleseter , allesetend)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `omnivoor`.