het streepjespak

zelfst.naamw.
Uitspraak:  ['strepjəspɑk]
Verbuigingen:  streepjespak|ken (meerv.)

kostuum (1) met smalle witte strepen (2) op een donkere ondergrond
Voorbeeld:  `in je streepjespak gaan solliciteren bij een bank`

© Kernerman Dictionaries.