stickeren

werkw.
Afbreekpatroon:  'stic - ke - ren
Herkomst:  «Engels
Vervoegingen:  stickerde (verl.tijd )
Vervoegingen:  gestickerd (volt.deelw.)

iets beplakken met stickers
Voorbeeld:  `de moeder is enthousiast met haar kinderen aan het stickeren geslagen`
Synoniem:  labelen