stammen uit

werkw.
Uitspraak:  [ˈstɑmə(n) œyt]
Vervoegingen:  stamde uit (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  is gestamd uit (volt.deelw.)

(in genoemde tijd) ontstaan of gemaakt zijn
Voorbeelden:  `Onze eetgewoontes stammen uit de zeventiende eeuw.`,
`Hij stamt uit een geslacht van predikanten.`

© Kernerman Dictionaries.

1 definitie op Encyclo
  1. [Nederlands] Afkomstig zijn uit die tijd
Toon uitgebreidere definities