sprokkelen

werkw.
Uitspraak:  [sprɔkələ(n)]
Vervoegingen:  sprokkelde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gesprokkeld (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) (afgevallen hout) verzamelen
Voorbeelden:  `bijzondere stukjes hout sprokkelen om sieraden te maken`,
`bandhout sprokkelen`

2) in kleine beetjes verzamelen
Voorbeelden:  `studiepunten bij elkaar sprokkelen`,
`parkeergeld sprokkelen`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
sprokkeling

4 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: ow. [gelijkvloeiend] (ik sprokkelde, heb gesprokkeld), gâren, opzamelen (dor hout, takken enz.). *...BLOEM, v. (-en), soort narcis. ...
  2. 1) Afgevallen hout verzamelen 2) Bijeenzamelen 3) Bijeenzoeken 4) Hout bijeengaren 5) Hout verzamelen 6) Sprokkeling 7) Takken bijeenzamelen 8) Verzamelen
  3. Sprokkelen is het verzamelen van afgevallen takken en ander afvalhout in bos en veld. Het sprokkelhout werd vooral gebruikt als brandhout, en werd vroeger ook op de mark...
  4. takken bijeenzamelen Jaar van herkomst: 1357 (MNW )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
sprokkelen (hout verzamelen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `sprokkelen`.