de spekkoper

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  ['spɛkopər]
Verbuigingen:  spekkoper|s (meerv.)

iemand die goede zaken doet of gedaan heeft
Voorbeelden:  `Wij hebben ons huis heel goedkoop kunnen kopen. Onze makelaar noemde ons spekkopers.`,
`De schatkist lijkt spekkoper te zijn bij het verlenen van staatssteun aan banken en verzekeraars.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
gelukkige

4 definities op Encyclo
  1. varkensslager
  2. Spreekwoorden: (1914) Een heele (of behouden) spekkooper zijn d.w.z. geluk in zijn zaken gehad hebben, een heel heer zijn; er weer bovenop zijn; eig. iemand die spek kan ...
  3. 1) Bemiddeld persoon 2) Een bemiddeld persoon 3) Gelukkige 4) Iemand die er warmpjes bijzit 5) Iemand die in varkensvlees handelt 6) Man in bonis 7) Welgesteld persoon
  4. Amsterdams woord voor geluk met de handel hebben
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
spekkoper