de speaker

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  ['spikər]
Verbuigingen:  speaker|s (meerv.)

1) doos waar elektrisch versterkt geluid uit komt
Voorbeeld:  `een geluidsinstallatie met twee speakers`
Synoniem:  luidspreker

2)
native speaker  (moedertaalspreker)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
box luidspreker

2 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-s), redenaar; voorzitter van het britsche Lagerhuis.
  2. 1) Box 2) Deel van een stereo-installatie 3) Deel van een grammofoon 4) Engelse lagerhuisvoorzitter 5) Geluidsbox 6) Luidspreker 7) Luidsprekerbox 8) Omroeper 9) Redenaar...
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
speaker

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 97% van de Nederlanders en 97% van de Vlamingen het woord `speaker`.