de speaker

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  ['spikər]
Verbuigingen:  speaker|s (meerv.)

1) doos waar elektrisch versterkt geluid uit komt
Voorbeeld:  `een geluidsinstallatie met twee speakers`
Synoniem:  luidspreker

2)
native speaker  (moedertaalspreker)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
box luidspreker

1 definitie op Encyclo
  • 1) Box 2) Deel van een grammofoon 3) Deel van een muziekinstallatie 4) Deel van een stereo-installatie 5) Engelse lagerhuisvoorzitter 6) Geluidsbox 7) Luidspreker 8) Luid...
  • Toon uitgebreidere definities

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    speaker