afplakken

werkw.
Uitspraak:  ['ɑfplɑkə(n)]
Vervoegingen:  plakte af (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft afgeplakt (volt.deelw.)

(iets) beplakken om het af te dekken
Voorbeelden:  `bij het schilderen de plinten afplakken met tape`,
`blote borsten op een poster afplakken`

© Kernerman Dictionaries.

2 definities op Encyclo
  1. (=)x De plek waar tijdens een toneelstuk decor en attributen komen te staan.
  2. Het gebruik van een oogpleister bij occlusietherapie over het goede oog om het 'luie oog' te stimuleren om beter te functioneren
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `afplakken`.