de snok

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [snɔk]
Verbuigingen:  snok|ken (enkelv.)

1) keer dat je hard trekt
Voorbeeld:  `een snok geven aan de leiband als je hond niet naast je wil lopen`
Synoniem:  ruk

2) wat je voelt als er een elektrische stroom door je lichaam gaat
Voorbeeld:  `een snok krijgen als je een lampje vervangt met natte handen`
Synoniem:  schok (2)

3) keer dat een wielrenner sneller begint te fietsen om zijn tegenstanders in te halen sport
Voorbeeld:  `er een snok aan geven`

© Kernerman Dictionaries.

3 definities op Encyclo
  1. 1) Ruk 2) Snik
  2. [Vlaamse woorden] ruk (GN)
  3. Snok is een plaats in het bestuurlijke gebied Timor Tengah Selatan in de provincie Oost-Nusa Tenggara, Indonesië. Het dorp telt 2148 inwoners (volkstelling 2010). ...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met snok:
snokkensnoktsnoktesnokten

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 31% van de Nederlanders en 87% van de Vlamingen het woord `snok`.