snerken

werkw.
Vervoegingen:  snerkte (verl.tijd )
Vervoegingen:  gesnerkt (volt.deelw.)

zachtjes koken Voeding
Voorbeelden:  `Daarna voegt men boter toe, die men eerst heeft laten snerken. `,
`Iets zachtjes en pruttelend laten koken noemt men in bepaalde regio's ook wel snerken.`
Synoniemen:  braden, schroeien, pruttelen, sissen, snerpen, , ,


1 definitie op Encyclo
  • 1) Fluiten van een kogel of pijl 2) Sissen 3) Sissend braden 4) Snirsen
  • Toon uitgebreidere definities

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    snerken (sissend knetteren)