slaan op

werkw.
Uitspraak:  [slan ɔp]
Vervoegingen:  sloeg op (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geslagen op (volt.deelw.)

betrekking hebben op
Voorbeeld:  `Die opmerking slaat op hen, niet op ons.`
Synoniemen:  betreffen, gaan over
Dat slaat nergens op.  (dat is onzin)
Dat slaat als een tang op een varken.  (dat is grote onzin)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aangaan betreffen gaan over