skiën

werkw.
Uitspraak:  [ˈskijə(n)]
Vervoegingen:  skiede (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft, is geskied (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

op ski's van een berg met sneeuw naar beneden glijden

© Kernerman Dictionaries.

Taaladvies
Skiën: (vervoeging) Wat is de correcte vervoeging van het werkwoord skiën?

6 definities op Encyclo
  1. op lange latten over de sneeuw glijden vb: zij gaan elke winter skiën in Frankrijk
  2. 1) Bergsport 2) Skilopen 3) Sport 4) Tak van sport 5) Winterpret 6) Winters vermaak 7) Wintersport 8) Wintervermaak 9) Zekere sport beoefenen
  3. 1) Latwerk 2) Plaats in Noorwegen 3) Sneeuwschaatsen 4) Sport op latten 5) Tak van wintersport
  4. Zie bij gipsvlucht, Nederlandse Ski Vereniging, paraskiën, SAL systeem, skipas, skipiste, I-skiërs en wintersport items
  5. [Telemark] - Skien is een stad en gemeente in de provincie Telemark in Noorwegen. Omliggende gemeenten zijn Porsgrunn, waarmee het samen de dubbelstad Skien-Porsgrunn vo...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op skiën:
jetskiënwaterskiënalpineskiën

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 97% van de Vlamingen het woord `skiën`.