shuttlen

werkw.
Afbreekpatroon:  'shut - tlen
Herkomst:  «Engels
Vervoegingen:  shuttlede/shuttelde (verl.tijd )
Vervoegingen:  geshuttled/geshutteld (volt.deelw.)

heen en weer rijden, pendelen verkeer
Voorbeeld:  `metro's die afgeladen vol heen en weer shuttlen `