schranken

werkw.
Uitspraak:  ['sxrɑnkə(n)]
Vervoegingen:  schrankte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geschrankt (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

zakken en daardoor niet meer recht zijn
Voorbeeld:  `voorkomen dat een raam gaat schranken`

© Kernerman Dictionaries.

6 definities op Encyclo
  1. Vlaams voor verscheven/verscherven.
  2. Uit `De lagere vaktalen: Timmermanstaal` 1914 bij een zaag beurtelings den eenen tand naar deze, den anderen tand naar gene zijde uitbuigen.
  3. Uit het haaks verband verzakken (van een houten bouwsel, een kapconstructie, een kast e.d.), uit de rechte lijn wijken.
  4. 1) Uit de haakse stand zakken 2) Verschranken
  5. Def.: de vervorming van een rechthoekige naar een scheefhoekige vorm
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
schranken (kruiselings de benen over elkaar slaan)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 43% van de Nederlanders en 87% van de Vlamingen het woord `schranken`.