de rusttijd

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  ['rʏstɛit]
Afbreekpatroon:  rust·tijd
Verbuigingen:  rusttijden (meerv.)

tijd die bedoeld is om te rusten
Voorbeelden:  `dagelijkse en wekelijkse rusttijden`,
`de rij- en rusttijden van vrachtwagenchauffeurs`


Synoniemen
rust   rustpauze   rustpoos   verpozing   

2 definities op Encyclo
  • 1) Schofttijd 2) Tussenpoos 3) Pauze 4) Vieravond 5) Rust 6) Rustpauze 7) Viertijd 8) Tijd dat niet gewerkt wordt 9) Verpozing 10) Schoft 11) Rustpoos 12) Vakantie
  • de tijd tussen 6 uur 's avonds en 6 uur 's morgens waarin met niet met zegens mocht vissen. Zie ook gesloten tijd.
Toon uitgebreidere definities

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Is het 'de rusttijd' of 'het rusttijd'?
Het is 'de rusttijd', want rusttijd is mannelijk. Als je het aanwijst is het 'die rusttijd'.
Wat is het meervoud van rusttijd?
Het meervoud van rusttijd is 'rusttijden'. Eén rusttijd, twee rusttijden.
Wat betekent rusttijd?
'tijd die bedoeld is om te rusten'
Hoe spel je rusttijd?
rusttijd spel je R U S T T I J D
Wat is een ander woord voor rusttijd?
Andere woorden voor rusttijd zijn rust, rustpauze, rustpoos en verpozing.

Op andere websites
Zoek rusttijd in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek rusttijd op Google
Zoek rusttijd op Woordenlijst.org
Zoek rusttijd in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek rusttijd op Wikipedia