rubberen

bijv.naamw.

1) van rubber vervaardigd
Voorbeeld:  `Hij plaatste wat rubberen onderzetters onder de balans als schokdempers.`

2) tweede betekenisomschrijving
Voorbeeld:  `Zin met het rubberen in de tweede betekenis erin.`


Bron: WikiWoordenboek.

Taaladvies
Wat is het juiste bijvoeglijk naamwoord van rubber: rubberen of rubber? Zie Rubberen / rubber

2 definities op Encyclo
  • 1) Stoffelijk bijvoeglijk naamwoord
  • moderne variant van breeuwen, waarbij de naden met spuitbare kunststof afgedicht worden. Meestal wordt hiervoor een Sikaflex product gebruikt
  • Toon uitgebreidere definities