ontzet

bijv.naamw.
Uitspraak:  [ɔnt'sɛt]

verward door hevige emotie
Voorbeeld:  `We waren ontzet door de manifest onjuiste verklaringen die sommige ambtenaren aflegden.`
Synoniemen:  ontdaan, verbijsterd

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
beduusd bevrijding geschokt ontdaan onthutst ontredderd ontsteld perplex stomverbaasd van streek verbaasd verbouwereerd

Taaladvies
Het feest waarmee Leiden elk jaar op 3 oktober de bevrijding van de stad van de Spanjaarden in 1574 viert, is dat Leidens Ontzet of het Leids Ontzet? Zie Leidens Ontzet / Leids Ontzet

Intensiveringen
Uitdrukkingen die ontzet betekenen (waarin het woord zelf niet voorkomt):
als aan de grond genageld staan;

7 definities op Encyclo
  • Uit het verband geraakt, ingezakt, gescheurd (van een fundament, muur of pijler).
  • •het doorbreken van een belegering ("het leids ontzet'). •heel erg van streek zijn na te zijn schrikken
  • erg geschrokken en geschokt vb: ontzet keek ze me aan Synoniemen: ontsteld onthutst uit het verband gebracht vb: die ontzette deur is het gevolg van die botsing
  • [Mil. Woordenboek, spelling van 1861 ``Ontzet, Ontzetten``] Zie Vestingoorlog
  • Een ontzet noemt men de situatie als de belegering van een stad, fort of andere plaats wordt doorbroken en de plek wordt bevrijd. Dit gebeurt door militaire hulp van bui...
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met ontzet:
    ontzetteontzettenontzetten uitontzettendontzettingontzettingen

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    ontzet