de reisdag
zelfst.naamw. (m.)
| Verbuigingen: | reisdagen |
| Verbuigingen: | reisdagje |
1) een dag die men besteedt aan reizen 2) meeteendheid om de duur van een reis aan te geven Bron: WikiWoordenboek.
Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Is het 'de reisdag' of 'het reisdag'?
Het is 'de reisdag', want reisdag is mannelijk. Als je het aanwijst is het 'die reisdag'.
Wat betekent reisdag?
'een dag die men besteedt aan reizen' en 'meeteendheid om de duur van een reis aan te geven'
Hoe spel je reisdag?
reisdag spel je R E I S D A G Op andere websites
Zoek reisdag in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek reisdag op
Google
Zoek reisdag op
Woordenlijst.org
Zoek reisdag in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek reisdag op
Wikipedia