prononceren

werkw.Toon alle vervoegingen
Uitspraak:  [pronɔn'serə(n)]
Afbreekpatroon:  pro·non·ce·ren


Zie ook:  geprononceerd


3 definities op Encyclo
  • Let op: Spelling van 1858 Pronunceren, Pronunciëren, uitspreken; beslissen, uitspraak doen, b.v. in een geschil, regtzaak, enz. Prononciatie of pronunciatie, uitspreking, uitspraak
  • 1) Beslissen 2) Uitspraak doen 3) Uitspreken
  • sterk uitspreken
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
prononceren (uitspreken)

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Hoe spel je prononceren?
prononceren spel je P R O N O N C E R E N

Op andere websites
Zoek prononceren in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek prononceren op Google
Zoek prononceren op Woordenlijst.org
Zoek prononceren in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek prononceren op Wikipedia