de pomp

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [pɔmp]
Verbuigingen:  pomp|en (meerv.)

apparaat waarmee een vloeistof of gas wordt verplaatst
Voorbeelden:  `fietspomp`,
`benzinepomp`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
benzinepomp fietspomp

Spreekwoorden en zegswijzen
• van pomp noch pompstang weten (=erg dom zijn, weinig weten)
• naar de pomp lopen (=ga weg!)
Naar de spreekwoorden

12 definities op Encyclo
  • afsluitbare duiker
  • VOC - Scheepsbouw : inrichting om water uit het loggat weg te pompen.
  • Def.: werktuig dat door middel van een verschil in druk vloeistoffen of gassen verplaatst
  • Afwateringssluisje, zie verder bij sluis.
  • De pompen, vroeger manueel of met de voet aangedreven, dienden om de hoofdbalg van het orgel met wind te vullen. Pompen zijn doorgaans keilvormig en in de 19de eeuw werde...
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met pomp:
    pomp inpomp oppomp uitpomp volpompafpompbediendenpompbediendespompboorpompcentralepompelmoespompelmoezenpompenpomphouderpompierpompierspompoenpompoenenpompschroevendraaierpompschroevendraaierspompstation
    Toon alle woorden die beginnen met pomp

    Deze woorden eindigen op pomp:
    aalpompacceleratiepompbenzinepompbetonpompborstpompbrandstofpompcentrifugaalpompcirculatiepompdiafragmapompfietspompinpompinsulinepompluchtpompmembraanpompoppompstoompomptandradpomptandwielpompuitpompvacuümpomp
    Toon alle woorden die eindigen op pomp

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    1. pomp (aanpassing van confectie)
    2. pomp (praal)
    3. pomp (zuig- of persinstrument)