de pomp

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [pɔmp]
Verbuigingen:  pomp|en (meerv.)

apparaat waarmee een vloeistof of gas wordt verplaatst
Voorbeelden:  `fietspomp`,
`benzinepomp`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
benzinepomp fietspomp

Spreekwoorden en zegswijzen
• van pomp noch pompstang weten (=erg dom zijn, weinig weten)
• naar de pomp lopen (=ga weg!)
Naar de spreekwoorden

13 definities op Encyclo
  1. afsluitbare duiker
  2. Afwateringssluisje, zie verder bij sluis.
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (-en), werktuig tot ophaling van vocht; de - is overvoed, laf, lens, onklaar (werkt niet); brui naar de -! loop heen en doe uw werk....
  4. VOC - Scheepsbouw : inrichting om water uit het loggat weg te pompen.
  5. Def.: werktuig dat door middel van een verschil in druk vloeistoffen of gassen verplaatst
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met pomp:
pomp inpomp oppomp uitpomp volpompafpompbediendenpompbediendespompboorpompcentralepompelmoespompelmoezenpompenpomphouderpompierpompierspompoenpompoenenpompschroevendraaierpompschroevendraaierspompstation
Toon alle woorden die beginnen met pomp

Deze woorden eindigen op pomp:
benzinepompfietspompaalpompdiafragmapompstoompompcirculatiepompzuigerpompvoetpompwaterstraalpompzeeppompluchtpomptandradpomptandwielpompvacuümpompinsulinepompbrandstofpompacceleratiepompborstpompmembraanpompvibratiepomp
Toon alle woorden die eindigen op pomp

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. pomp (aanpassing van confectie)
  2. pomp (praal)
  3. pomp (zuig- of persinstrument)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `pomp`.