I de pluis

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [plœys]
Verbuigingen:  pluizen (meerv.)

kleine hoeveelheid haartjes, draadjes of stof
Voorbeeld:  `Er zit een pluisje op je bloes.`


II pluis

bijv.naamw.
Uitspraak:  [plœys]

Het is hier niet pluis.  (het is hier niet veilig)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
draadje in orde pluche

Spreekwoorden en zegswijzen
• niet pluis zijn (=iets is er niet in orde)
Naar de spreekwoorden

3 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. [geen meervoud] pluche, harige trijp; halffluweel. ~, o. gepluisd touw, werk; de ruwe -, wollige zijde. ~, [bijvoegelijk naamwoord] ...
  2. 1) Bloei van riet 2) Boot 3) Draadje 4) Fatsoenlijk 5) Geklopt touwwerk 6) Geplozen touw 7) Glad 8) Haartje 9) Haartjes 10) Harig draadje 11) In orde 12) Nop 13) Onbedorv...
  3. vlokje Jaar van herkomst: 1651 (WNT )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met pluis:
pluis napluis uitpluisachtigpluisdepluisdenpluist

Deze woorden eindigen op pluis:
navelpluiszaadpluis

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. pluis (in orde, betrouwbaar)
  2. pluis (vlokje)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 100% van de Vlamingen het woord `pluis`.