pleasen

werkw.
Afbreekpatroon:  'plea - sen
Herkomst:  «Engels
Vervoegingen:  pleasde / pleasede (verl.tijd )
Vervoegingen:  gepleasd / gepleased (volt.deelw.)

slijmen, behagen
Voorbeeld:  `de nieuwe collega liep voortdurend te pleasen bij haar chef`