piste

zelfst.naamw.
Uitspraak:  ['pistə]
Verbuigingen:  piste|s, piste|n (meerv.)

1) binnenste cirkel in een circustent waar de acts plaatsvinden
Voorbeeld:  `De paarden galoppeerden de piste binnen.`

2) baan of omsloten ruimte voor sportbeoefening sport
Voorbeelden:  `skipiste`,
`De piste werd klaargemaakt voor het volgende onderdeel: dressuurrijden.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
wielerbaan

4 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling van 1858 Fr., het spoor. A la piste, op het spoor, op den voet, b.v. volgen. In de rijkunst, de hoefslag, dien een paard op den grond maakt
  2. 1) Arena 2) Atletiekbaan 3) Baan 4) Baan voor wielrenners 5) Bepaalde begrensde ruimte 6) Besneeuwde helling 7) Circuit 8) Circusarena 9) Circusbaan 10) Deel van een circ...
  3. renbaan voor wielerwedstrijden
  4. baan in manege e.d. Jaar van herkomst: 1832 (WEI )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met piste:
pisten

Deze woorden eindigen op piste:
typistedenkpisteschaatspisteskipisteharpistestenotypiste

Herkomst volgens etymologiebank.nl
piste (baan in circus; wielerbaan; skibaan; voorstel, plan)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 100% van de Vlamingen het woord `piste`.