de pijler

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ˈpɛilər]
Verbuigingen:  pijler|s (meerv.)

iets of iemand waarop iets anders steunt of gebaseerd is
Voorbeelden:  `De middeleeuwse geneeskunde berustte op drie pijlers: chirurgie, geneesmiddelen en diëten.`,
`De Vriendenvereniging is een belangrijke financiële pijler voor het Museum.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
drager pilaar

Taaladvies
Peiler / pijler: Schrijf je peiler of pijler als je een 'steunpilaar' bedoelt?

11 definities op Encyclo
  1. Pilaar, vrijstaande drager van een boog, hoofdgestel, gewelf of balk.
  2. Pilaar, vrijstaande drager van een boog, balk, plaat, hoofdgestel of gewelf. Tegenwoordig meestal gebruikt als benaming voor de meer of minder pilaarvormige dragers bij b...
  3. Een rechtop staande drager, gewoonlijk rechthoekig en soms met kapiteel en basement.
  4. [ architectonische termen] De term pijler kent een drietal betekenissen: • Ander woord voor pilaar. Vaak gebruikt als benaming voor steunbeer-steunpilaar. • Een steun...
  5. paal of zuil die een gebouw of brug ondersteunt vb: de boot is tegen de pijler aan gevaren ergens een pijler van zijn [er de basis van vormen]
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met pijler:
pijlers

Deze woorden eindigen op pijler:
schraagpijler

Herkomst volgens etymologiebank.nl
pijler (steunzuil)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `pijler`.