overweg

bijwoord
Uitspraak:  [ovərˈwɛx]

overweg kunnen met  (kunnen omgaan met) `overweg kunnen met een motorzaag`

© Kernerman Dictionaries.

Spreekwoorden en zegswijzen
overweg kunnen (=kunnen verdragen, aankunnen)
Naar de spreekwoorden

5 definities op Encyclo
  1. ermee om kunnen gaan vb: ik kan niet met hem overweg
  2. Kruising van een weg met een rail-spoor. Een overweg wordt aangeduid met de borden ( J10, J11) die aangeven of je een spoorwegovergang nadert met of zonder overwegbomen e...
  3. 1) Deel van een spoorbaan 2) Deel van een spoorweg 3) Kruising 4) Kruising van spoorweg met gewone weg 5) Kruising met een spoorbaan 6) Spoorkruising 7) Spoorwegkruising ...
  4. plaats waar weg en spoorbaan elkaar kruisen vb: op de overweg kwam de trein in botsing met een auto een bewaakte overweg [met spoorbomen]
  5. Een overweg of spoorwegovergang is een gelijkvloerse kruising van een spoorlijn met een weg. Een kruising met een fiets- of voetpad wordt overpad genoemd. Op veel statio...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met overweg:
overwegenoverwegendoverwegingoverwegingen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
overweg in de uitdrukking met iemand overweg kunnen

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `overweg` kennen.