outletten

werkw.
Afbreekpatroon:  'out - let - ten
Herkomst:  «Engels
Vervoegingen:  outlette (verl.tijd )
Vervoegingen:  geoutlet (volt.deelw.)

winkelen in outletwinkels
Voorbeeld:  `outletten met je kinderen die bepaalde dure kledingmerken leuk vinden`