• met hoorntjes lopen (=zijn vrouw bedriegt hem, heeft een minnaar) • men heeft hem de hoorns opgezet (=iemand (vooral een bekende) heeft een relatie met zijn vrouw) • het zijn niet allen jagers die op de hoorn blazen. (=schijn bedriegt, je kunt je in mensen vergissen) • fiolen van toorn over iemand uitstorten (=aan iemand duidelijk laten blijken dat je kwaad op diegene bent) • er zijn geen rozen zonder doornen (=bij elk geluk is er ook verdriet) Toon alle 8 spreekwoorden die orn bevatten