het orgel

zelfst.naamw.
Uitspraak:  ɔrxəl]
Verbuigingen:  orgel|s (meerv.)

groot muziekinstrument
Voorbeelden:  `kerkorgel`,
`draaiorgel`,
`elektronisch orgel`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
harmonium

11 definities op Encyclo
  1. groot muziekinstrument met pijpen, klavieren, pedalen vb: het orgel in de kerk speelde prachtig
  2. valhek ter afsluiting van een poort, bestaande uit aan kettingen hangende, met puntige ijzers beslagen balken; deze konden soms afzonderlijk worden neergelaten, teneinde ...
  3. Valhek ter afsluiting van een poort, bestaande uit aan kettingen hangende, met puntige ijzers beslagen balken; deze konden soms afzonderlijk worden neergelaten, teneinde ...
  4. Let op: Spelling (deels) uit 1864: o. (-s), [zeker, zekere] speeltuig met pijpen [inzonderheid] in kerken). ~BLAASBALG, m. (-en), deel van een orgel. ~BLAZER, m. (-s). ~C...
  5. Muziekinstrument dat wordt bespeeld middels één of meer klavieren en vaak ook met pedaal, waarbij de klanken ontstaan door luchtstromen, die door kanalen naar houten en...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met orgel:
orgeldeorgeldenorgelpuntorgelregisterorgelregistersorgelsorgelspelerorgelspelersorgelt

Deze woorden eindigen op orgel:
draaiorgelstalinorgelpijporgelstoomorgelwaterorgelgorgeldrankorgel

Herkomst volgens etymologiebank.nl
orgel (groot muziekinstrument met pijpen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `orgel`.