opzitten

werkw.
Uitspraak:  ['ɔpsɪtə(n)]
Vervoegingen:  zat op (volt.deelw.)
Vervoegingen:  heeft opgezeten (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) (van honden) op de achterpoten zitten
Voorbeeld:  `Als ik met mijn vingers knip, dan weet mijn hond dat hij moet opzitten.`
opzitten en pootjes geven  (met een bepaalde bedoeling zeer onderdanig of aardig zijn)

2) wakker blijven
Voorbeeld:  `Wat zie jij er moe uit! Heb je soms de hele nacht opgezeten?`

© Kernerman Dictionaries.

Spreekwoorden en zegswijzen
opzitten en pootjes geven (=zich onderwerpen)
Naar de spreekwoorden

2 definities op Encyclo
  1. met de voorpoten voor de borst zitten vb: onze hond kan mooi opzitten opzitten en pootjes geven [tegen je zin beleefd doen]
  2. het fret zit erop, het fret is in de pijp
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
opzitten

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 94% van de Nederlanders en 92% van de Vlamingen het woord `opzitten`.