opsouperen

werkw.
Uitspraak:  ['ɔpsuperə(n)]
Vervoegingen:  soupeerde op (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft opgesoupeerd (volt.deelw.)

iets opmaken of opgebruiken
Voorbeelden:  `geld opsouperen`,
`alle reserves opsouperen`

© Kernerman Dictionaries.

1 definitie op Encyclo
  • 1) Opmaken 2) Verbrassen 3) Verkwisten 4) Verteren
  • Toon uitgebreidere definities

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    opsouperen