[Let op: mogelijk oud Nederlands van 1400-1800] zie oppose(e)ren
1) In de oppositie zijn 2) Tegenwerpen 3) Tegenwerken 4) Tegenspreken 5) Tegenwerpingen maken 6) Bezwaar maken 7) Bestrijden 8) Opkomen tegen 9) Er tegen verzetten 10) Zich tegen iets verzetten 11) Zich verzetten
zich verzetten (toon de herkomst via de etymologiebank)