het interieur

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [ɪntəriˈjør]
Verbuigingen:  interieur|s (meerv.)

hoe een gebouw of voertuig er van binnen uit ziet
Voorbeeld:  `van een modern interieur houden`
Synoniem:  inrichting

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
binnenhuis binnenwerk inrichting vulling exterieur (antoniem)

11 definities op Encyclo
  1. aankleding van de binnenkant vb: het interieur van dit huis is erg smaakvol
  2. Let op: Spelling van 1858 Fr., innerlijk, inwendig
  3. De binnenkant van de winkel.
  4. [ architectonische termen] Het interieur is het inwendige van een gebouw, huis of vertrek. De term heeft zich voor het woninginterieur het sterkst ontwikkeld en duidt daa...
  5. Zie verder bij Borneo en Dajaks.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met interieur:
interieursinterieurverzorger

Herkomst volgens etymologiebank.nl
interieur (het inwendige van een huis, gebouw, auto e.d.)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 100% van de Vlamingen het woord `interieur`.