onverhoopt

bijv.naamw.
Uitspraak:  [ɔnvər'hopt]

1) waarvan je wilt dat het niet gebeurt
Voorbeelden:  `Mocht het onverhoopt gaan regenen, dan gaan we gewoon naar binnen.`,
`Mocht er na het onderzoek onverhoopt een bloeding ontstaan, neem dan onmiddellijk contact op met de spoedeisende hulp.`

2) waar je niet op durfde hopen of beter dan je had gehoopt
Voorbeelden:  `een al wat oudere vrouw die heel blij is met haar onverhoopte zwangerschap`,
`een onverhoopte start op het EK maken`

© Kernerman Dictionaries.

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Niet verwacht 2) Onverhoeds 3) Onverwacht 4) Tegen de verwachting in 5) Verrassend
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 92% van de Vlamingen het woord `onverhoopt`.