ontspringen

werkw.
Uitspraak:  [ɔntˈsprɪŋə(n)]
Vervoegingen:  ontsprong (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  is ontsprongen (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

de dans ontspringen  (iets onaangenaams of gevaarlijks net niet meemaken)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
ontspruiten ontstaan uitbotten uitkomen uitlopen

Spreekwoorden en zegswijzen
• de dans ontspringen (=niet in het onheil betrokken worden)
Naar de spreekwoorden

5 definities op Encyclo
  1. • [erga] ontstaan op een bepaalde plek. • [erga] uitlopen, uitbotten. • [erga] "~ + oorzakelijk voorwerp" ontkomen aan iets. •tweede betekenisomschrijving. •enz...
  2. Spreekwoorden: (1914) Den dans ontspringen, d.w.z. het gevaar ontkomen. Men kan dans hier opvatten in den zin van strijd (ook het nhd. tanz wordt sedert de 16<sup>d...
  3. er niet door getroffen worden, niet gepakt worden vb: ze konden het gevaar nog nét ontspringen Synoniemen: ontkomen ontsnappen uitbreken ontvluchten ontstaan (van rivier...
  4. 1) Ontkomen 2) Ontspruiten 3) Ontstaan 4) Ontvloeien 5) Ontwellen 6) Ontwijken 7) Proflueren 8) Uitbotten 9) Uitkomen 10) Uitlopen 11) Voortspringen
  5. ontsnappen aan Jaar van herkomst: 1265-1270 (CG Lut.K )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
ontspringen (ontsnappen aan)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `ontspringen` kennen.