onthalen op

werkw.
Uitspraak:  [ɔntˈhalə(n) ɔp]
Vervoegingen:  onthaalde op (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft onthaald op (volt.deelw.)

trakteren op
Voorbeeld:  `De kinderen werden onthaald op pannenkoeken.`

© Kernerman Dictionaries.