onderuitgaan

werkw.
Uitspraak:  [ɔndərˈœʏtxan]
Afbreekpatroon:  on·der·uit·gaan
Vervoegingen:  ging onderuit (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  is onderuitgegaan (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) vallen
Voorbeelden:  `Door de gladheid gingen bijna alle fietsers onderuit.`,
`Mieke ging onderuit en kwam op haar achterste terecht.`

2) iets niet goed doen, terwijl anderen het kunnen zien
Voorbeelden:  `met 3-0 onderuitgaan`,
`Het Nederlands elftal ging onderuit tegen Spanje.`


Synoniemen
op zijn bek gaan   slippen   uitglibberen   uitglijden   uitschieten   uitschuiven   vallen   wegschieten   

2 definities op Encyclo
  • 1) Wegschieten 2) Uitschieten 3) In onmacht vallen 4) Komen te vallen 5) Uitglijden 6) Flauwvallen 7) Falen 8) Verliezen 9) Vallen 10) Uitglibberen 11) Slippen 12) Uitschuiven
  • Onderuitgaan is een flink verlies lijden; instorten, omvallen, uitglijden. [basiswoordenlijst groep 6]
Toon uitgebreidere definities

Taaladvies
Wat is juist: verloren gaan of verlorengaan? Zie Verlorengaan / verloren gaan

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van onderuitgaan?
De verleden tijd van onderuitgaan is 'ging onderuit'. Het voltooid deelwoord is 'is onderuitgegaan'.
Wat betekent onderuitgaan?
'vallen' en 'iets niet goed doen, terwijl anderen het kunnen zien'
Hoe spel je onderuitgaan?
onderuitgaan spel je O N D E R U I T G A A N
Wat is een ander woord voor onderuitgaan?
Andere woorden voor onderuitgaan zijn op zijn bek gaan, slippen, uitglibberen, uitglijden, uitschieten, uitschuiven, vallen en wegschieten.

Op andere websites
Zoek onderuitgaan in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek onderuitgaan op Google
Zoek onderuitgaan op Woordenlijst.org
Zoek onderuitgaan in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek onderuitgaan op Wikipedia