oefenzaal

zelfst.naamw. (de)
Verbuigingen:  oefenzalen
Verbuigingen:  oefenzaaltje

een ruimte die geschikt is voor het aanleren of trainen van een bepaalde vaardigheid
Voorbeelden:  `Wij hadden blokfluitles in een oefenzaal van de muziekschool`,
`- Na hun afstuderen zou het over en uit zijn met dat soort doorwrochte analyses. De getoonde debatkwaliteiten waren eigenlijk nauwelijks relevant voor de politieke en publieke arena. Zeker nu niet. Het publieke debat is van abominabel niveau. Als iemand je politiek correct noemt, ben je af. Als iemand je ‘grachtengordel’ noemt, ben je af. En als ‘de stem van het volk’ klinkt, dan moet je luisteren, hoe dom en oppervlakkig die stem ook mag zijn. De meerderheid heeft nu eenmaal gelijk. Altijd. Terwijl de toekomstige leden van de elite binnen in de oefenzaal op balletschoentjes hun posities en analyses vervolmaakten, stond buiten het volk klaar met rotte eieren, nepnieuws en publieke schandpalen. `


Bron: WikiWoordenboek.

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `oefenzaal`.