de nagel

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ˈnaxəl]
Verbuigingen:  nagel|s (meerv.)

1) hard deel aan de bovenkant van je vingers en tenen anatomie
Voorbeeld:  `je nagels knippen`
geen nagel hebben om je gat te krabben  (heel weinig geld hebben, arm zijn)

2) spijker
een nagel aan iemands doodskist zijn  (iemand moeilijkheden/last bezorgen)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
klinknagel spijker

Spreekwoorden en zegswijzen
• rouwranden aan zijn nagels hebben (=zwarte randjes onder vingernagels hebben)
• klauwen en nagels hebben (=zich kunnen verdedigen)
• iemand het bloed onder de nagels vandaan halen (=iemand vreselijk treiteren of irriteren)
• geen nagel hebben om zijn gat te krabben (=heel erg arm zijn)
• een nagel aan iemands doodkist (=een groot verdriet of iemand die een groot verdriet veroorzaakt)
Naar de spreekwoorden

Intensiveringen
Hoe kun je met nagel een ander begrip versterken?
nagelnieuw; het bloed onder de nagels vandaan treiteren;

23 definities op Encyclo
  1. zie kruidnagel.
  2. Thomas Nagel (1937-). Filosoof.
  3. verhoond gedeelte aan het einde van een vinger of teen. synoniem: onyx
  4. Let op: Spelling van 1858 een gewigt voor wol, in Engeland, van iets meer dan 6 pond
  5. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-s), hoornachtig bekleedsel aan de uiteinden der vingers en teenen (ook aan de pooten van sommige dieren); [figuurlijk] iemands -s ...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met nagel:
nagelatennagelbanknagelbednagelbeddennagelbijtennageldenageldennageleefdnagelennagelezennagelheetmakernagelknippernagellaknagelnieuwnagelopennagelpistoolnagelriemennagelsnageltnagelvijl
Toon alle woorden die beginnen met nagel

Deze woorden eindigen op nagel:
kruidnagelvingernagelteennagelblindklinknagelheksennagelpopnagelkorvijnagelvernagelklinknagelhoefnagel
Toon alle woorden die eindigen op nagel

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. nagel (hoornachtig laagje aan de vingertop en aan de uiteinden van tenen; spijker)
  2. nagel (in kleurenproeven van N~)


Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `nagel` kennen.