de naamgever

zelfst.naamw. (m.)

iemand die iets of iemand een naam geeft
Voorbeeld:  `- ADO verkeert in een „financiële crisis”, stelt de advocaat van de gemeente tijdens de zitting. Er zijn veel tegenvallers. Kyocera stopt per februari als sponsor en naamgever van het stadion. De licentiecommissie van de KNVB heeft ADO deze week teruggezet naar zorgelijke categorie 1, wat betekent dat de club onder verscherpt toezicht staat. ADO kreeg daarnaast een boete van 10.000 euro omdat het de deadline voor het indienen van de jaarrekening niet haalde. De club heeft nu zes weken voor het opstellen van een financieel herstelplan. Als het daar – voor 1 februari – niet aan voldoet, dreigen nieuwe sancties: 25.000 euro boete en/of intrekken van de proflicentie. `


Bron: WikiWoordenboek.

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `naamgever`.