de meistreel

zelfst.naamw. (m.)
Verbuigingen:  meistrelen
Verbuigingen:  meistreeltje

1) , , , een langs kastelen en vorstenhoven in het Zuid-Frankrijk van weleer rondreizend kunstenaar, musicus, zanger van liederen en voordrager van gedichten, balladen e.d.
Voorbeeld:  `Nog lang bleef het eigenaardige gezang van de meistreel in haar hoofd naklinken.`

2) , , een langs herbergen, jaarmarkten rondtrekkend artiest, muzikant, zanger van liedjes en komediant
Voorbeeld:  `Met z'n grappen en vrolijke wijsjes bracht de meistreel het publiek in een uitgelaten stemming.`


Bron: WikiWoordenboek.

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Dichterzanger 2) Zanger uit de middeleeuwen
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
meistreel = minstreel

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 12% van de Nederlanders en 20% van de Vlamingen het woord `meistreel`.