marlen

werkw.
Afbreekpatroon:  'mar - len
Vervoegingen:  marlde (verl.tijd )
Vervoegingen:  heeft gemarld (volt.deelw.)

iets vastmaken/samenbinden met een bepaalde steek zeevaart
Synoniem:  meren; marren
marlslag; marlsteek  (bepaalde knooptechniek)


4 definities op Encyclo
  1. iets met marlsteken samenbinden of vastzetten. Vroeger ook geschreven als marrelen. Oorspronkelijk scheen de term gebruikt te worden voor het aanzetten van het onderste l...
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] [gelijkvloeiend] (ik marlde, heb gemarld), (zeew.) de onderlijken der zeilen omwinden met marlijn. *...LIJN, ...
  3. Marlen is een Russische meisjesnaam. Het betekent `Marx, Lenin`.
  4. 1) Zeilterm
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
marlen (met de marlijn vastzetten)