manisch

bijv.naamw.
Uitspraak:  ['manis]

onnatuurlijk energiek, actief en vrolijk, doorgaans als verschijnsel van een bipolaire stoornis
Voorbeeld:  `een manische periode doormaken`
manisch-depressieve stoornis  (geestelijke aandoening waarbij extreem uitgelaten en extreem neerslachtige stemmingen elkaar afwisselen) Synoniem: bipolaire stoornis

© Kernerman Dictionaries.

7 definities op Encyclo
  1. Engels:Manic ziekelijk aangelegd (opgewonden psychische toestand)
  2. ziekelijk aangelegd
  3. • [medisch] ziekelijk aanleggen
  4. Ziekelijk opgewonden psychische toestand.
  5. 1) Bezeten 2) Geestesziek 3) Opgewonden 4) Psychotisch 5) Ziekelijk 6) Ziekelijk of overdreven opgewekt 7) Ziekelijk opgewekt
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
manisch (ziekelijk opgewekt)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `manisch`.