het luik

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [lœyk]
Verbuigingen:  luik|en (meerv.)

deur in een vloer
Voorbeeld:  `Onder het luik zit een trap naar de kelder.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
blind inbraakbeveiliging paneel schot

Spreekwoorden en zegswijzen
• de ogen luiken (=sterven)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
  1. (het derde – van het programma) Is het gebruik van het zelfstandig naamwoord luik juist in de volgende zin: Het reddingsplan van onze bank bestaat uit drie luiken? Zie Luik
  2. Moet je de naam van een taal, een dialect of een andere taalvariëteit met een hoofdletter schrijven? Zie het Luikerwaals / het luikerwaals


15 definities op Encyclo
  • (België) Luik is gelegen aan de Maas in het oosten van België. Halverwege de 20e eeuw was Luik het centrum van de mijnbouw en staalindustrie, die Wallonië tot welvaart...
  • (houten) schot Jaar van herkomst: 1552 (MNW )
  • doorgang in vloer of muur vb: door het luik kom je in de kelder houten schot voor een raam vb: als het stormde deed men vroeger de luiken dicht
  • [Belgisch Nederlands] (van een formulier) onderdeel, gedeelte, strook
  • [1815-1830] - ...
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met luik:
    luikenLuikenaarLuikenarenLuikerLuiksLuikseLuikse wafel

    Deze woorden eindigen op luik:
    deurluikdrieluikjudasluikkattenluikrolluikscheepsluiksluiktweeluikvalluikzolderluik

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    luik ( houten schot)