de controleur

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [kɔntro'lør]
Verbuigingen:  controleur|s (meerv.)

de contro|leuse

zelfst.naamw. (v.)
Uitspraak:  [kɔntro'|løsə]
Verbuigingen:  controleuse|s (meerv.)

iemand die ergens gaat bekijken of alles is zoals het moet zijn
Voorbeelden:  `De controleur vraagt de passagiers in de tram naar hun vervoersbewijzen.`,
`controleur brandpreventie`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
conducteur inspecteur treinconducteur

4 definities op Encyclo
  1. ambtenaar binnenlands bestuur die een (assistent-) resident assisteerde of een onderafdeling beheerde. Deze functie zagen we al in de 18e eeuw ontstaan: om de nieuwe koff...
  2. •iemand die belast is met de controle.
  3. 1) Ambtenaar 2) Beroep 3) Conducteur 4) Echtheidsonderzoeker 5) Inspecteur 6) Inspekteur 7) Kaartjesknipper 8) Keurder 9) Keurmeester 10) Opzichter 11) Opziener 12) Revis...
  4. iemand die kijkt of het in orde is vb: de controleur kwam het bouwwerk inspecteren
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met controleur:
controleurs

Deze woorden eindigen op controleur:
parkeercontroleur

Herkomst volgens etymologiebank.nl
controleur

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `controleur`.